Of Pelgrims Ring heute.

   

Es tut uns Leid aber noch nicht alle Seiten sind auf Deutsch übersetzt.
Für diese Seiten kommt hier die Holländische Version!
Wir arbeiten daran diese Seiten zu aktualisieren.
Wenn sie Fragen haben bitte nehmen Sie kontakt mit uns auf!


Wij fokken Leonbergse honden sinds 1980. In deze periode hebben we 35 nesten in Nederland gefokt en 1 in Engeland. Ons volgende nest zal dus met een K beginnen en wordt, als alles goed gaat, in 2010 in Duitsland geboren. 30 jaar Leonbergers fokken betekent niet alleen veel kennis en ervaring opdoen, steeds weer leren van andere fokkers (ook van andere rassen), gegevens verzamelen en internationaal vrienden maken, het betekent ook relativeren, bijstellen van fokdoelen en steeds weer (internationaal) signaleren waar de problemen binnen het ras zich voordoen. Problemen vooral met de gezondheid van onze honden maar ook problemen die ontstaan door de uitwerking van het beleid van rasverenigingen en de bepalende invloed van keurmeesters.


Per jaar worden er binnen de bestaande rasverenigingen in de hele wereld meer dan drieduizend pups geboren. Daarnaast worden er buiten deze verenigingen om waarschijnlijk een even groot aantal geboren, het is moeilijk na te gaan om hoeveel honden het gaat en tot nu toe heeft nog niemand de moeite genomen dit vast te leggen. De meeste van al deze honden worden gekocht door lieve mensen die een leuke huishond willen en geen enkele behoefte hebben aan het uitbrengen van hun hond op tentoonstellingen of met hun hond willen fokken. Deze honden hebben een uitstekend leven in hun familie. Hun genenpakket gaat echter helaas verloren voor het ras.


Sir Arathorn Sir Arathorn of PR, geb 1980


Deze website is niet bedoeld om U te laten zien hoe goed wij gefokt hebben en/of U over te halen een pup bij ons te kopen. Sinds ons eerste nest is ons motto: “Fokken kun je niet alleen”. Daarmee bedoelen we dat, wanneer je werkelijk iets wilt bereiken binnen een ras, je heel veel zou moeten fokken en dat dan ook over een hele lange periode. Je moet daarvoor veel honden hebben van verschillende lijnen die je naast elkaar hebt maar niet met elkaar kruist. Je moet ook de moed hebben om een lijn “af te schrijven” als je merkt dat er werkelijk ernstige problemen in voorkomen waarvan je niet wilt dat ze in het ras verder verbreid worden.
Vroeger vond je in diverse landen enorme kennels waar met honderden honden werd gefokt. Hier werd zeer streng geselecteerd en schroomde men niet om zowel pups als volwassen honden in te laten slapen wanneer ze niet (meer) voldeden aan de fokdoelen die men zich had gesteld. In de huidige maatschappij en zeker binnen ons ras de Leonberger is het niet mogelijk en ook totaal ongewenst om op die manier te fokken. Onze honden horen in huis en in het gezin.
Fokken is een enorm arbeidsintensieve en vaak ook emotioneel belastende bezigheid en het lijkt ons daarom niet raadzaam om veel nesten per jaar te fokken en zeker geen jaren achter elkaar. Tenminste als je de pups en de nieuwe eigenaren de tijd en aandacht wilt geven waar ze recht op hebben.
Vandaar ons motto: “Fokken kun je niet alleen”.


Belle Evita of Pelgrims Ring
Ch. Belle Evita Lady of PR,
Stammoeder van kennel
"Des Brumes du Grand Marrais" (France)


Van bijna elk nest dat we hebben gefokt gingen pups naar fokkers in bijna heel Europa, USA en Canada. Vandaar ook dat je in bijna elke stamboom van de huidige Leonbergers wel ergens een voorouder vindt die onze kennelnaam draagt. De fokkers die van ons een pup kochten hebben we met raad en daad bijgestaan en geadviseerd bij het kiezen van een partner voor hun hond. Op die manier hebben we geprobeerd onze fokdoelen zo breed mogelijk en met zoveel mogelijk honden te verwezenlijken. Natuurlijk is dat niet altijd gelukt, soms moesten we bittere beslissingen nemen maar altijd weer zijn we ook blij geweest met resultaten en zien met veel plezier hoe een aantal fokkers die met onze honden zijn begonnen al jaren via hun honden een stempel op het ras drukken, en dat dan in positieve zin. Het werkt ook steeds verder door want zij verkopen weer pups aan (aspirant-)fokkers zodat lijnen, ideeën en vooral gegevens niet verloren gaan. Dit impliceert dat wij voor onze toekomstige pups eigenaren zoeken waar de honden gewoon in huis en gezin als kameraad gelukkig kunnen zijn en die, in overleg, met deze honden (mits geschikt) verder willen fokken zodat de lijnen behouden blijven en als basis zullen dienen voor een nieuwe generatie gezonde, rastypische Leonbergers die een hoge leeftijd kunnen bereiken.

Voor deze nieuwe eigenaren zal dit niet altijd even gemakkelijk zijn. We zijn niet zo overtuigd van de foktechnische (genotypische) kwaliteiten van de meeste Leonbergers die steeds weer op de eerste plaatsen op de tentoonstellingen worden gezet. Natuurlijk, het zijn in het algemeen lieve honden die beantwoorden aan het beeld van de keurmeesters zoals dat op een bepaald moment hoogtij viert.
Maar niet elke showkampioen is ook een goede hond om mee te fokken! Het kan dus goed zijn dat we de eigenaar van een door ons gefokte hond adviseren om naar een of andere uithoek in Europa te reizen om te gaan dekken met een leonberger die nog nooit iemand heeft gezien…… Gelukkig is het niet zo dat alle aspirant pupkopers alleen maar kijken naar de showuitslagen van de ouders en een pup van “kampioensouders willen hebben en zoeken we voor deze pups weer eigenaren die iets met hun hond willen gaan doen. Overigens is het niet zo dat wij onze honden niet showen, in het hoofdstuk over de geschiedenis van de Leonbergers of Pelgrims Ring komt U talloze kampioenen tegen, zowel van onszelf als uit de grote Pelgrims Ring familie.

 

Fokken en fokdoelen.

   


Tja, papier is geduldig en het is makkelijker om hier zaken over op te schrijven dan in de praktijk te verwezenlijken! Nog moeilijker is het om achteraf te moeten constateren, en dat ook te zeggen, dat de gestelde doelen niet helemaal of helemaal niet zijn bereikt! Er is altijd wel een goede reden te bedenken waarom iets niet is gelukt. Bovendien, wanneer kun je vaststellen dat het fokdoel voor een bepaald nest wel of niet is bereikt? Ik werd vaak gevraagd als er een nest was geboren wat ik ervan verwachtte en hoe veelbelovend het leek. In het begin kon ik daar nog heel enthousiast leuke en interessante antwoorden op geven maar op een gegeven moment kon ik alleen nog maar heel eerlijk zijn: Ik kan pas iets zeggen over de kwaliteit van een nest als alle honden dood zijn.


puppys Lady Miruvar-Kimm met haar Q-nest juli 1988

Dat klinkt heel cru maar pas dan weet ik hoe oud de honden zijn geworden, waar ze aan zijn gestorven, hoe ze hebben vererfd, enz. enz. Natuurlijk ben ik trots als een reu of teef kampioen wordt op zijn/ haar vierde, een aantal malen dekt of gedekt is en prachtige kinderen heeft. Dat wordt anders als deze hond op zijn/haar vijfde plotseling dood gaat aan een hartstilstand, botkanker krijgt of een andere nare ziekte vertoont. Zijn of haar pups zijn nog steeds mooi en lief en het is absoluut niet gezegd dat ze dezelfde problemen zullen krijgen als hun vader of moeder maar het is de vraag of, als je deze ziekten vooraf had kunnen voorzien, je wel met deze hond zou hebben gefokt.
Niemand kan in de toekomst kijken gelukkig maar wel kan je veel leren van het verleden en dus zoveel mogelijk gegevens verzamelen voordat je met een hond gaat fokken. Daarom is het belangrijk om over alle honden uit een familie zoveel mogelijk te weten voordat je met een afstammeling uit die lijn verder wilt fokken. Als in het verleden uit een bepaalde combinatie van lijnen honden zijn geboren die echt veel prolemen qua gezondheid en/of exterieur hadden is het tamelijk dom om zo’n combinatie van lijnen te herhalen.


Ebene Ebene de la Roseraie du Chénay Saingleger '92
Prachtige hond.
Verkeerde kleur? Nee toch?


Fokken is niet het optellen van goede en slechte eigenschappen en bijvoorbeeld denken dat je lichte ogen bij de moederhond kunt laten verdwijnen bij de pups als je er een reu bij zoekt met een donker oog. Want als die reu de enige is in zijn nest met een donker oog en de rest heeft allemaal lichte ogen zal het maar bij weinig van zijn pups het gewenste resultaat geven. En dat is maar een onschadelijk voorbeeld want misschien vindt U het wel niet zo mooi maar een hond kan met een licht oog net zo goed kijken als met een donker oog. Net zoals hij prima zijn botten kan knagen als hij een P1 of een M3 mist. Ook dat is een van de fata morgana’s in het gevestigde fokbeleid van veel verenigingen: er wordt alleen gefokt met honden met een compleet (dus 42 tanden en kiezen) gebit.


Tot nu toe vraagt (bijna) niemand zich af hoe het toch komt dat we nog steeds tamelijk veel honden aantreffen die één of (veel) meerdere kiezen missen.
Dit is geen pleidooi om dan maar te gaan fokken met honden zonder tanden maar wel een pleidooi om naar de hond als totaal te kijken: naar zijn karakter, zijn exterieur en zijn genetische achtergrond. En is daar toevallig een zichtbaar detail wat niet gewenst maar ook niet schadelijk is niet daarom een verder goede, gezonde leonberger van de fok uit te sluiten. We hebben zo weinig genetisch materiaal dat we ons dat niet meer kunnen permitteren!


Lejka met haar puppy's Lejka met haar pups '92
Juanita's C-nest
(Denemarken)

Onze fokdoelen.


Vooraf moet ik zeggen dat onze fokdoelen in de loop der jaren zijn veranderd, bijgesteld. Vroeger was het verzamelen van gegevens een tijdrovende en moeizame bezigheid. Uren, dagen, maanden was ik bezig met het uitschrijven van stambomen, van het brieven schrijven naar andere fokkers, eindeloos tentoonstellingsuitslagen bestuderen, verzamelen en bij de gegevens van de betreffende fokkers rubriceren. Er werd minder gefokt dan nu en de afstanden naar andere fokkers, dekreu-eigenaren en tentoonstellingen leken veel groter dan tegenwoordig. Toch reisden we van land naar land en bekeken met name honden op de clubmatches omdat daar vaak (jonge) honden komen die je later nooit meer ergens ziet.
Nu wordt er veel meer gefokt, de afstanden zijn te overzien, er is mail en internet en de gegevens tover je zonder probleem uit je computer.
En onze honden? Die zijn niet echt veel veranderd in uiterlijk en karakter. Ja, ze zijn een stuk kleiner geworden in het algemeen maar nog steeds wel te herkennen als Leonberger. Genetisch gezien zijn ze zeker een stuk “minder” geworden maar dat kun je in het algemeen aan de buitenkant niet zien.

Onze fokdoelen kun je in vier onderdelen benoemen maar het resultaat moet natuurlijk wel als een geheel worden gezien. Deze onderdelen zijn:

 

- Het karakter,
- Gezondheid
- Het exterieur
- Genetische variatie en behoud van oude lijnen.

   


Het karakter:

Het specifieke karakter is het allerbelangrijkste raskenmerk dat behouden moet blijven in onze Leonbergers. Net als bij mensen heeft elk individu zijn eigen-aardigheden. Wat een Leonberger met name kenmerkt is de souvereine rust die hij of zij in allerlei omstandigheden uitstraalt zonder een “slaapmuts” te zijn. Hij past zich perfect bij de mensen en het gezin waar hij bij hoort aan. Zijn terrein, kleine kinderen en kleine dieren zal hij beschermen en kalm elke vreemde volwassene naar waarde weten te schatten.
Een levend wezen wordt geboren met een bepaald “karakter” dat daarna door de omgeving waar hij of zij opgroeit voor een groot deel wordt gevormd en resulteert in bepaald specifiek gedrag. We noemen dit socialisatie, hoewel dit begrip door velen anders wordt geïnterpreteerd.

Arthus von der Meyenburg en Elena '82

Het is boeiend om vast te stellen hoe in een nest, waar toch alle pups gelijk worden opgevoed door de moederhond en de fokker, al heel veel verschillen in gedrag zichtbaar zijn. Trouwens, dat is niet alleen bij onze honden zo, kijkt U maar eens naar Uw broers en zusters, ooms en tantes, die zijn vast ook totaal verschillend hoewel ze toch bijna allemaal gelijk in hun gezin zijn opgegroeid en dezelfde ouders hebben…….
Binnen een nest pups zijn de verschillen dus al te merken en daarna gaan ze allemaal naar een ander gezin met andere mensen en omstandigheden. Wij proberen een Leonberger te fokken die zich aan de omstandigheden waar hij of zij in terecht komt weet aan te passen en toch die kenmerken vertoont zoals hierboven beschreven.
Vaak wordt gezegd dat karakter vererfd, ik kan dat niet echt bevestigen.


Romeo tijdens training '09


Wat ik wel heb geconstateerd is dat bepaald gedrag en bepaalde eigenschappen zeer sterk vererven in onze hondenfamilie: bijvoorbeeld liggen de honden vaak met hun poten over elkaar zoals hun vader en grootvader dat ook al deden, “praten” sommige honden meer dan anderen, klimmen sommigen overal op waarbij blijkt dat het zusje, die ze toch echt niet zo vaak ziet, precies hetzelfde doet, enz. enz. Iedereen die een familie Leonbergers heeft kan dit rijtje aanvullen.
Wat wij absoluut afkeuren bij een Leonberger (trouwens bij elke hond) is agressiviteit, we zullen nooit een hond gebruiken, niet van onszelf of als dekreu die duidelijk agressief is naar mensen en/of andere dieren.
Sommige honden zijn terughoudend ten opzichte van bepaalde vreemde mensen, op zich hebben we hier niets op tegen. Honden zien een mens in zijn totaliteit: zijn uitstraling, zijn lichaamshouding en niet altijd is dat even positief als wat wij mensen zien in diezelfde persoon.

Want wij weten van alles van die persoon, horen wat hij of zij zegt en plaatsen hem of haar in een context. De hond niet, die begrijpt niet wat die persoon zegt maar hoort wel aan de intonatie of het positief of negatief is, combineert dat met wat hij signaleert aan de lichaamshouding en uitstraling en reageert daarop.
Het zou misschien niet verkeerd zijn bij aankeuringen en gedragstesten eens te letten op hoe honden op een bepaald persoon reageren in plaats van het gedrag van die hond op dat moment in hokjes aan te kruisen…….Ik vind het bijvoorbeeld niet leuk als een willekeurig iemand me over mijn hoofd aait, me in de mond kijkt en overal maar even aan voelt en dat met een superieure, strenge blik. Toch sta ik ook met mijn hond in de showring en laat toe dat een keurmeester zo mijn hond “beoordeeld” terwijl ik moet toegeven dat ik echt niet alle keurmeesters even sympathiek vind. Als de hond dan bij bepaalde mensen een stapje terug gaat kan ik dat meestal ook nog begrijpen. Dat wil voor mij niet zeggen dat mijn hond bang of teruggetrokken is.
We kijken hoe de hond is in zijn of haar normale omstandigheden en beoordelen aan de hand daarvan of met deze hond gefokt gaat worden.

De gezondheid.
We streven ernaar om een hond te fokken die tot op hoge leeftijd gezond en fit is. Naast het fokken met kerngezonde honden proberen we door het verzamelen van zoveel mogelijk kennis over de gezondheid van de mogelijke fokpartner een aantal risico’s uit te sluiten. Zelf hebben we in de loop der tijd een gedegen database opgebouwd, uiteraard ook van de door ons gefokte honden. We zijn bepaald niet blind voor de problemen binnen onze eigen honden en lijnen. Gelukkig hebben we daarnaast in veel landen een aantal betrouwbare, integere fokkers waar we gegevens en raad kunnen vragen.


Gus de la Petite Mauve
vader Y-nest of PR '94

Bij elke combinatie die we in het verleden maakten en in de toekomst plannen ligt het zwaartepunt op het binnen halen van zoveel mogelijk “vreemd” bloed, d.w.z. dat we fokpartners zoeken die de gene-pool van de toekomstige pups zo divers mogelijk maakt. Daarbij maken we toch ook af en toe bewust gebruik van lijnteelt om bepaalde kenmerken of gezondheidsaspecten te versterken c.q. terug te halen. Onze ervaring is dat hoe gevarieerder de genetische achtergrond van een hond is, hoe groter de kans is dat hij of zij een hoge leeftijd bereikt. Bij de planning van een nest kennen we uiteraard de in’s en out’s van de familie van de teef. Daarbij zoeken we een passende lijn en pas daarna, meestal via de fokker, een passende reu.

Dit is dus zelden een wijd en zijd geëtaleerde en veel gebruikte dekreu maar (meestal) een lieve huishond die wel aan de fokvoorwaarden van het land waar hij woont voldoet maar zelden op een tentoonstelling te zien is. Het is vaak een lange zoektocht om zo’n hond te vinden maar tot nu toe is dit volgens ons de beste methode om een genetisch zo divers mogelijke volgende generatie Leonbergers te fokken.

Het exterieur.
Een Leonberger is een grote, elegante hond (regel 1 van de standaard) en dus geen (te) dikke rolmops op (te) korte pootjes. We proberen een grote, harmonisch gebouwde hond te fokken die zich in alle gangen vloeiend kan voortbewegen. Een hond moet sound zijn, alles moet bij elkaar passen: de hoekingen, het botwerk, de verhouding lengte-hoogte, de lengte van de bezemstaart en als dat zo is kan de hond niet anders dan een soepel, makkelijk gangwerk vertonen, ook als hij groot is.

Het eerste wat maakt of je een hond sympathiek vindt of niet is zijn of haar gezichtsuitdrukking. Het hoofd dat moet elegant zijn (niet lijken op een Newfoundlander of St. Bernhard) met een diepzwart masker en donkere ogen die je recht aankijken.

Nikito-2010-foto-Andrea-Stewen Nikito 2010
Sir Nua-Atair Beoir Jägerspris '98

Dit is een combinatie met o.a. de vachtkleur: gelukkig hebben we de door ons zo graag geziene dieproodbruine vacht met donkere haarpunten in onze lijn goed verankerd. De combinatie van deze kleur, die helaas nog zelden voorkomt, de mooie zwarte kop, donkere ogen en het soepele gangwerk die

kenmerkend is voor de Pelgrims Ring Leonbergers proberen we in de toekomstige generaties uiteraard vast te houden.
Daarnaast zien we graag Leonbergers met een mooie lange dikke bezemstaart. We hadden die o.a in ons N- en R- nest maar zijn dat helaas steeds meer kwijtgeraakt want op dit moment heeft niet een van onze honden zo’n mooie staart. Dit is dus voor de toekomst een extra punt van aandacht. In het totaalbeeld maakt een mooie lange bezemstaart die laag gedragen wordt de hond compleet. (Toch vreemd dat het begrip bezemstaart niet meer in de standaard voorkomt, wellicht waren er nog te weinig om het als raskenmerk te handhaven?)


Genetische variatie en behoud van oude lijnen.
Naast al onze activiteiten en het hanteren van bepaalde principes om onze fokdoelen te bereiken hebben we ons een taak gesteld die het geheel nog gecompliceerder maakt: we willen proberen zoveel mogelijk oude lijnen te bewaren. Met oude lijnen bedoelen we de fokresultaten van een aantal “oude” of al gestopte fokkers die heel bewust een bepaald type Leonberger fokten.

Dit waren er niet zoveel en hun lijnen dreigen in ijltempo te verdwijnen omdat er op dit moment wel veel Leonbergers worden geproduceerd maar heel weinig gefokt.
Door het opsporen en gebruiken van deze oude lijnen kunnen we “genetisch” terug gaan naar ongeveer 15 jaar geleden en van daaruit weer opbouwen wat verloren dreigt te gaan.
Een moeizame klus om uit te zoeken en in de praktijk ook uit te voeren maar ik ben ervan overtuigd dat het een van de betere methoden is om ons ras te behouden. De toekomst zal het leren…….

Romeo du Val Angot de Thaon met Jean Horteur 1985
 

Tot slot:

   

Wellicht is het nog niet zo opgevallen maar het is 8 jaar geleden dat ons laatste nest is geboren. Dat houdt in dat een aantal lijnen waarmee we jarenlang hebben gefokt niet meer of niet voldoende in onze huidige honden aanwezig zijn. We hebben van onze, helaas overleden, reu Jorantou-Japp uit nesten met drie totaal verschillende teven drie honden aangehouden: Glenna, Dametje en Nikito. Alleen bij Nikito hebben een combinatie van onze oude lijnen in de voorouders. We willen proberen, naast alle doelen die we hiervoor hebben beschreven, middels lijnteelt in ieder geval in de komende twee nesten een aantal van deze oude lijnen weer naar boven te halen en te versterken. Dit houdt in o.a. een lijnteelt op ons N-nest via Sir Nua-Atair Beoir. Dit zou als bijkomend voordeel kunnen hebben dat we de mooie bezemstaart weer bij een aantal pups gaan zien.