Comme tous commençait..

   

Nous regrettons que beaucoup des pages dans cette part ne sont pas encore en Français.
Pour cette pages nous présentons le version Hollandais!
Nous sommes en train de actualiser notre site.
Quand vous avez des questions ne hésitez pas de nous contacter!


In 1992, toen we net naar Ulicoten verhuisd waren, hadden we in ons dierenbestand o.a. een aantal pony’s voor de kinderen. Omdat we veel ruimte hadden kwam al snel de eerste met een "wegwerppaard" om te vragen of wij dat zolang wilden hebben....Daarna volgden er meer, sommigen oud maar nog fit, anderen als sportpaard afgedankt. En och, ze konden er wel bij, gezellig.

Op een dag vond ik een oud stamboek waarin grote, gespikkelde paarden stonden, ze kwamen uit Oostenrijk. Ik zei gelijk, goh, als ik nog eens een paard koop wil ik zo’n paard, echt apart.
Wij kwamen heel vaak in Oostenrijk met de honden dus keek ik uiteraard overal of ik toevallig zo’n paard zag staan zodat ik het eens van dichtbij kon bekijken. Nou, niks hoor, als we al eens een paard zagen was het een Haflinger. Later begreep ik hoe dat kwam.


Stoissen-Vulkan
met brandmerk Norikers

Tot we op een tentoonstelling in Wenen, waar we best veel gewonnen hadden,’s-avonds lekker met een groep aan de drank snoepten en ik aan de praat raakte met een wat stugge Oostenrijker. Ik had hem al eens gezien bij Yvonne Eichelberger toen die een nest pups had van onze Heerebeer. Hij en zijn vrouw waren er ook omdat ze een pup uit dat nest kochten maar eigenlijk hebben we toen helemaal niet met elkaar gesproken. Nu had hij het prima naar zijn zin en we praatten over van alles en nog wat en hij vertelde dat hij boer was en ook paarden had. Natuurlijk vroeg ik hem of hij die mooie gespikkelde paarden kende.


Winter in Oostenrijk

Ik viel bijna van mijn stoel toen hij heel droog opmerkte dat hij die fokte..... Meteen het ijzer gesmeed toen het heet was, gevraagd waar hij woonde en of we in de komende dagen, als we op weg naar huis gingen, bij hem langs mochten komen. Hij woonde in Kaprun en het leek hem dat we daar wel ongeveer in de buurt zouden komen op de terugweg. De volgende dag zouden we bij hem langskomen, de paarden bekijken en op het erf blijven slapen, we hadden toch de caravan bij ons. In die tijd gingen we altijd met een hele groep op pad, zo ook nu, we waren met drie stellen en ongeveer 15 honden..... nou, dat was geen probleem.

Zo gezegd, zo gedaan. De anderen hadden niets met paarden maar vonden het prima, dus wij op weg richting Salzburg. Onderweg had ik al eens op de kaart gekeken maar geen Kaprun gevonden. Bij een benzinepomp overlegd en een van onze reisgenoten wist precies waar het was: nog 80 km verderop. Inmiddels was het al bijna donker toen we in Kaprun aankwamen en we moesten Peter bellen omdat we het niet konden vinden. Hij heeft ons afgehaald en we kwamen met de hele karavaan bij een prachtige oude boerderij met heel veel plaats.
Natuurlijk gingen we eerst de paarden bekijken die in grote stallen stonden. Hij had er ongeveer 10, waarvan 1 mooie spikkelmerrie met een gitzwart hengstveulen.
Al pratend stond Erik dit pientere veulen te kriebelen en zei tegen Sissy dat dit vast een mooi groot paard zou worden.

Groot was zijn verbazing toen ze zei: "Tja, dat denk ik niet want hij gaat over twee weken naar de veiling en ik denk dat hij daarna naar Italië gaat....." toen Erik haar niet begrijpend aankeek maakte ze duidelijk dat de meeste Noriker hengstveulens op de veilingen per kilo verkocht worden aan handelaren die ze naar Italië brengen waar ze in de salami worden verwerkt.
Tja, dat kwam wel hard aan maar ja, als dat hier zo de gewoonte is kun je niet veel meer dan dat accepteren. De avond was reuze gezellig, we hebben heerlijk met z’n allen rösti uit een hele grote pan gegeten en best wel aardig wat gedronken. Ik had al gezien dat Erik heel bedenkelijk keek, ondanks de gezelligheid, en toen hij als eerste naar bed ging zei hij: "Jij koopt straks dat veulen, ik wil niet dat hij naar de salami gaat....."..toen ik opmerkte: "het is een hengst, wat wil je daarmee?" keek hij me aan en zei: "het is een Noriker en nog veel te jong voor de slager!"


Salami nog in Oostenrijk met Priska 1994.

Toen iedereen naar bed was en ik nog met Peter en Sissy zat na te praten heb ik om precies 0.00 uur het veulen gekocht, zoals dat hoort met handslag. Het eerste wat Erik de volgende morgen zei was: “En, hebben we een paard?” Ik kon hem meteen blij maken: "Ja hoor, we hebben een paard, nou moeten we hem nog exporteren". Oostenrijk was toen n.l. nog niet in de EEG dus was dat nog niet zo simpel. Maar we konden hem toch niet meenemen en spraken af dat we hem drie weken later zouden ophalen. We hebben hem plechtig gedoopt: Salami…….

Op de afgesproken datum zijn we met de paardentrailer weer naar Kaprun gereden en hebben onze nieuwe aanwinst opgehaald. Wat mij niet zo zinde was dat we nu wel een Noriker hadden maar niet de mooie gespikkelde, zoals ik van te voren had bedacht, maar een gitzwarte. Dus met Peter afgesproken dat hij rond zou kijken naar een gespikkelde merrie. Dat was zeker niet simpel, ten eerste waren die zelden te koop en bovendien peperduur. Maar hij zou zijn best doen. Nadat alle paperassen door de dierenarts waren ingevuld gingen we goedgemutst met ons veulen op pad. Die had heel andere ideeën over die dag en liet dat luidkeels weten maar ja, hij moest zich gewoon schikken. Gelukkig wist hij niet hoelang 1150 kilometer duurt.
Bij de douane, waar we als rechtgeaarde burgers natuurlijk ons paard aan wilden geven, begon de ellende: geen douanier die deze papieren kon behandelen, daar moest iemand voor opgeroepen worden. Duurde erg lang en onze Salami had hier helemaal geen zin in, hij stampte en hinnikte dat het leek alsof hij klem zat. Eindelijk de dierenarts, hij was heel begrijpend, vulde een paar dingen in en wilde daarvoor graag wat geld. O.K. Nu begon onze toch langs heel veel loketten, overal werden stempels gezet en moesten we betalen. Aan het laatste loket namen ze onze mooie papieren in, weer betalen en we konden eindelijk vertrekken. We waren tamelijk teleurgesteld, we hadden best heel veel geld betaald en geen stempelpapier over.
De reis verliep prima, elke keer als we stopten om Salami water te geven keek hij ons aan alsof we niet helemaal lekker waren. Hooi en brok ging er wel in.
Hij wende prima, werd ontzettend verwend, mocht bijvoorbeeld vaak los op het erf lopen en groeide goed. Later heb ik hier heel erg spijt van gehad maar dat is een ander verhaal.

Een aantal maanden later belde Peter dat hij misschien een mooie spikkelmerrie had gevonden die ook nog drachtig was. Ik hapte natuurlijk meteen, moest heel erg slikken van de prijs, maar ja, als het goed was had ik er daarna wel twee. Weer naar Oostenrijk met de trailer en we waren gelijk verkocht: daar stond Mitier Perl, onze Tiger, niet zo groot maar fantastisch gespikkeld en heel erg lief.


Tiger nog in Oosternrijk 1995

We zijn een paar dagen gebleven, hebben een aantal fokkers bezocht, veel paarden bekeken veel gepraat en hierdoor is de interesse om te gaan fokken gewekt. Maar paarden fokken is een kwestie van een lange adem en veel geluk hebben, dat hebben we in de loop der jaren wel ondervonden. Peter en Sissy hebben dezelfde honden als wij, er viel dus heel veel te praten en door de honden en paarden zijn we heel goede vrienden geworden.
Voor de terugweg hadden we wel alle exportpapieren door de dierenarts laten invullen maar ik had helemaal geen trek in weer een tijd wachten en veel betalen dus deze keer zijn we gewoon via het rijtje voor personenauto’s gereden, niemand die dit gek vond en hup, we waren zonder tijdverlies door de douane. Die eerste keer zat ik wel met zweet in mijn handen, daarna heb ik niet anders gedaan totdat Oostenrijk eindelijk ook in de EEG kwam en het inklaren op die manier niet meer nodig was.


Tiger kreeg haar veulen op 29 maart 1995: het eerste Noriker veulen dat in Nederland geboren is. Het begon goed: de geboorte was prima verlopen, netjes alles zelf gedaan, joepie het is een merrie. Wel een beetje rare kleur, bijna helemaal zwart met twee witte vlekken op haar billen..... nou ja, toch een soort van tiger. We noemden haar "sneeuwvlok", vanwege die vreemde vlekken, net een soort sneeuwvlokjes. Nu vijftien jaar later, heeft ze die nog…..de rest is een soort onbestemd grijs. Maar toen begon de ellende: ze was heel levendig, helemaal niet bang, sabbelde overal aan maar vond het uier van haar moeder niet! Ik heb de hele dag op m'n kop onder Tiger gehangen om haar op een of andere manier bij te brengen dat ze haar hals moest buigen om bij die lekkere melk, die er in overvloed uitspoot, te komen.

Maar wat een eigenwijs klein ding, er was geen denken aan dat ze dit deed. In paniek naar Oostenrijk gebeld: Sissy help. Advies, honing geven (is ook heel voedzaam) en haar daar mee naar het uier lokken. Pfffft, eindelijk lukte het. Dat was mijn eerste ervaring met de koppigheid van een Noriker!
Toen Sneeuwvlok 5 weken was zijn we met haar en Tiger naar Kaprun gereden en hebben ze daar bij Peter en Sissy gelaten: Tiger zou opnieuw gedekt worden en Sneeuwvlok kreeg een brandmerk en een veulenpapier.

Drie weken later weer naar Oostenrijk en ze weer opgehaald. Ja, fokken is nou niet iets waarbij je achterover kunt gaan leunen. Gelukkig konden we het ons toen permitteren en konden we ook de tijd vrijmaken want elke keer waren we toch vier dagen weg. Vaak probeerden we het te combineren met een honden activiteit om zo twee vliegen in een klap te slaan.


Tiger met Sneeuwvlok 1995

De jaren daarna reden we elk jaar met de merries met veulens naar Oostenrijk om ze opnieuw te laten dekken en de veulens in het stamboek op te laten nemen. Maar het loonde de moeite! In 1996 kreeg Tiger weer een prachtig merrieveulen: Wolkewiet, nog niet helemaal optimaal maar al wel veel mooier gespikkeld als Sneeuwvlok.
Het jaar daarna kwam de grote verrassing. Weer was Tiger gedekt, nu door een prachtige Tigerhengst. Op Erik’s verjaardag kreeg ze haar veulen, zomaar overdag terwijl ze over het erf rondscharrelde. Tot onze grote verbazing was het een gitzwart merrieveulen: geen witte haar aan te bekennen…… Ik dacht toen nog, ze zal wel verkleuren maar dat is nooit gebeurd: ze was en bleef zwart. We noemden haar Allegria.

In de periode daarna gebeurde er heel veel: onze eerste hengst Norbert kwam, we leerden mennen en begonnen met het rijden met huifwagens,er was veel contact met Aart en Carrie Hutten om te proberen een vereniging op te richten,we fokten vele veulens en starten een paardenmelkerij. Voorlopig zult U genoegen moeten nemen met een aantal foto’s als illustratie, het verslag van deze periode 1997 tot en met 2008 volgt in de komende maanden.

In september 2008 verhuisden we naar een prachtige plek in de Vulkaan Eifel. Dit was wat de paarden betreft goed voorbereid, in die zin dat we een aantal paarden al hadden laten dekken door onze hengst Tommy-Vulkan. In 2009 werden 7 veulens geboren, allen goed gezond. Helaas heeft Tommy ze niet meer gezien, hij stierf in februari 2009. Het gras en de bodem hier zijn van een totaal andere samenstelling dan in Brabant en vanaf het begin deden de paarden het hier bijzonder goed.


Norbert 2001
(foto Marion Keijzer)


Zomer 2009

Dat is o.a. duidelijk te zien aan de veulens, die groeien zeer voorspoedig op en zijn voor hun leeftijd absoluut al groter en zwaarder dan de veulens die we in Nederland opfokten. Deze 7 veulens, allemaal van dezelfde vader zijn totaal verschillend van kleur. 4 zijn gespikkeld
maar allemaal verschillend, 1 is zo donkerbruin dat het zwart lijkt, ze krijgt nu een bruine snoet,1 is donkerbruin met een lange smalle bles en 1 is kastanjebruin. Deze twee zullen hoogstwaarschijnlijk niet meer verkleuren. Hun moeders zijn beiden Vos en hebben een sterke verwantschap met de Zuid-Duits Koudbloed. Beiden hebben bij ons een aantal veulens gehad, ook van tigerhengsten, maar nog nooit een

tigerveulen gekregen. We kunnen dus aannemen dat ze het gen voor Tiger niet dragen.

Vanaf het begin is ons streven geweest om tigers te fokken en, als de gelegenheid zich voordoet, ook bont. Ondanks het feit dat er veel literatuur is over de vererving van deze kleur in het algemeen en ook bij de Noriker in het bijzonder is het absoluut onvoorspelbaar hoe de vererving in de praktijk uitpakt. Bovendien wordt dat nog bemoeilijkt door het feit dat veulens een bepaalde kleur kunnen hebben die totaal anders is wanneer ze 10 jaar zijn. Voorbeeld is onze Kathalijn, ze was als veulen bruin met zwarte manen en staart en bleef dat totdat ze ongeveer 8 was, nu is ze prachtig getigerd……op haar elfde! Of onze Elvya, als veulen was ze een soort valkkleur, hoewel dat nu net de enige kleur is die bij Norikers niet voorkomt, en werd door de heren van het stamboek als Braun-tiger ingeschreven. Ze is nu bruin met zwarte manen, benen en staart. Het enige wit is haar kol en een witte sok! Haar moeder is een prachtige Tiger en haar merrieveulen van 2009 is ook een schitterend getekende Tiger..... U zult mij dus nooit meer iets horen verkondigen over kleurvererving bij Tiger-Norikers, het lijkt totaal onvoorspelbaar en je moet heel lang wachten voor je weet wat voor kleur het paard uiteindelijk zal zijn. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk hengsten te gebruiken, met name ook om de genepool van de Nederlandse Norikers zo groot mogelijk te houden. Van onze hengst Norbert hebben we geen veulens aangehouden, hij heeft nooit tigers vererfd en zijn vader is een Zuid-Duits Koudbloed. Toen we hem kochten mochten deze twee rassen nog door elkaar gefokt worden maar dat is inmiddels niet meer het geval.


Torro en Lombard met Peter Schutzinger 2004


Lotto met Max Dobretzberger 2001


Grenzland


Morgenstern met Frans Imlauer november 2003


Tommy

We gebruikten achtereenvolgens de tigerhengsten Torro-Vulkan,Grenzland-Vulkan, Morgenstern-Nero, Lotto-Vulkan en Tommy-Vulkan. Daarbij hebben we een scala aan verschillende moederlijnen. Van Morgenstern hebben we slechts 1 hengstveulen gefokt: Robinson, helaas is hij gecastreerd. Al deze hengsten gaan terug op de hengst Tamsweg-Vulkan.


Die Vulkan Linie (Genealogie) Tafel 11
 

Generation 12

Generation 13

              155 Grundner Vulkan XIII SFT.   1986    
 
                           
                Tristan Vulkan XIII SFT. Stm. 1990    
                Torro Vulkan XIII GRST. K. 1988    
              2 Prinz Vulkan XIII SFT.   1988    
  1337 Tamsweg Vulkan XII SFT   1980                
 
                           
                           
                Theo Vulkan XIII liz.   T. 1985    
 
                           
              0 Tal Vulkan XIII SFT.   1988    
 
                           
  2034 Voran Vulkan XIV SR. K. 1991   2107 Vento Vulkan XV R. K. 1995    
 
                           

Nakomelingen Tamsweg-Vulkan (Tabel uit Das Noriker Pferd, Thomas Druml, blz 134.)


1421 Ratz Vulkan XIV


1359 Renee Vulkan XIV


Die Vulkan Linie (Genealogie) Tafel 11 Tweede deel
    Generation 14 Generation 15
                  Lotus Vulkan XV R. Nö. 1996    
 
    143 Lotto Vulkan XIV SKK. Stm. 1992   234 Luigi Vulkan XV SKK. Nö. 2001    
 
                             
                  Granit Vulkan XV SFT. K. 1997    
 
      Granat Vulkan XIV SFT. Stm. 1993   234 Graphit Vulkan XV SR. K. 1999    
 
    151 Gauner Vulkan XIV SSK. Stm. 1993                
 
      Grenzland Vulkan XIV SFT. Stm. 1994     Ganbit Vulkan XV T. T. 1999    
 
      Grapper Vulkan XIV SFT. Stm. 1995                
   
                             
 
      Theodor Vulkan XIV SFT. 1991                
   
    279 Tommi Vulkan XIV liz. SFT. 1991                
   
                             

Nakomelingen Tamsweg-Vulkan (Tabel uit Das Noriker Pferd, Thomas Druml, blz 135.)


2107 Vento Vulkan XV


234 Luigi Vulkan XV


279 Tommi Vulkan XIV


1335 Ramses Vulkan XIV

De veulens die we de afgelopen 10 jaar hebben opgefokt en nu voor een groot deel in ons fokprogramma zijn of nog worden opgenomen, zijn,(mede door de moederlijnen) voor het grootste deel zelf Tigerkleurig. We zullen proberen dit door het gebruiken van 1 of meerdere Tigerhengsten in de komende jaren te versterken. Hiervoor proberen we in ieder geval een hengst uit de Elmar-lijn te vinden, hoewel dat niet zo makkelijk is.
Het fokken op een bepaalde kleur gaat, in ons geval, tot heden nog wel ten koste van het in Oostenrijk gewenste type en de grootte. Daar zijn de tigers niet populair omdat ze wat kleiner en fijner van bouw zijn dan de veel groter en zwaarder gebouwde zwarten, bruinen of vossen. Ons volgende aandachtspunt zal dan ook zeker zijn: de grootte. Maar ja, je kunt niet alles tegelijk en zoals al in het begin gezegd: Paarden fokken is een kwestie van veel geduld, doorzettings- en incasseringsvermogen, een behoorlijke financiële reserve en een grote dosis geluk.
In 2010 verwachten we slechts drie veulens, de vader hiervan is Valentino-Vulkan. Hij is de zoon van Lotto (bont) en Wolkewiet en bij ons geboren. Helaas is hij niet naar Oostenrijk geweest voor de aankeuring, hij is heel mooi getekend en heeft een super karakter. We hebben hem gebruikt om te zien of hij de kleur van zijn vader kan vererven. Het eerste veulen verwachten we in mei.


Truus op de uitkijk 2001